In het boek “Losgekoppeld” van Hetty Ligtenberg worden de ervaringen met de GGZ weergegeven van tien willekeurige zorgvragers. Op de site van de patiëntenorganisatie “Ypsilon” is een boekbespreking van dit boek te vinden.[1] Er wordt in opgemerkt dat de beschreven knelpunten herkenning krijgen binnen de organisatie en bij patiënten. Volgens Ypsilon bevestigt dit boek “dat de GGZ nog steeds meer op de ziekte en op zichzelf georiënteerd is dan op de mens die een ziekte heeft.” “Aandacht voor de mens” is echter een voorwaarde om aandacht voor “Geestelijke nood” te kunnen hebben. Waar met name gebrek aan blijkt te zijn is “gesprek”. Verscheidende patiënten geven dit op verschillende manieren aan: “Pillen in plaats van gesprek”; “Ik had meer aandacht verwacht voor mijn vragen.”; “Er werd nooit wat gedaan met wat ik tijdens het opname gesprek gezegd heb.” De conclusie van het boek is: “Allen hadden meer steun verwacht”. De diagnose “Geestelijke nood” wordt niet direct genoemd in dit boek, maar de situatie zoals die beleefd wordt door patiënten en zoals die beschreven staat in dit boek, tonen aan dat voor “Geestelijke nood” niet veel plaats was binnen de psychiatrie in het algemeen. Deze hypothese ben ik nagegaan in open vraaggesprekken met acht psychiatrische patiënten die gediagnosticeerd zijn als lijdende aan schizofrenie.

Hieronder volgt een samenvatting van gesprekken met acht verschillende zorgvragers met een schizofrene stoornis. De samenvattingen geven alleen aan wat de patiënten hebben gezegd in dit gesprek betreffende het thema “Geestelijke nood”. Bij elke patiënt heb ik via enkele trefwoorden aangegeven wat de belangrijkste conclusie was naar aanleiding van het vraaggesprek. De vraaggesprekken waren geen voorgestructureerde vraaggesprekken en waren in sommige gevallen meer spontane ontmoetingen dan georganiseerde vraaggesprekken. Vandaar dat ik hier wil volstaan met het weergeven van een schets van de opvattingen van de acht patiënten.

Patiënt 1: Geestelijke ontdekker, teleurgesteld.

Vindt het jammer dat ze tijdens haar langdurige opname (15 jaar) niet gemerkt heeft dat verpleegkundigen aandacht hadden voor haar geestelijke ontdekkingstocht. “Terwijl ik er heel veel steun in gevonden heb.” Zij besloot haar “geestelijke ervaringen” op te schrijven in de hoop dat andere patiënten die ooit zullen lezen en bemoedigd zullen worden in hun zoeken naar God.

Patiënt 2: Dagboekschrijver, logisch geloof, teleurgesteld.

Geeft aan heel erg teleurgesteld te zijn in de eerlijkheid van behandelaars en verpleegkundigen. “Ze zijn zo oppervlakkig wat betreft geestelijke zaken”; “Ik ben daardoor veel vertrouwen verloren in hun kunde in het algemeen.” Hij geeft aan dat zijn psychiater grote interesse had in de aantekeningen in het dagboek van hem waarin Harry schreef over zijn zoeken naar God. “Alsof het iets heel bijzonders was terwijl ik van een psychiater verwacht dat hij toch wel zo verstandig is dat hij het normaal acht dat iemand in nood naar God zoekt.”

Patiënt 3: Sociaal gelovige

Is lid van een Evangelische gemeente en krijgt veel steun van de mensen uit de kerk. Vriendschappen die zij heeft, zijn te vinden binnen deze kerk. Zij praat graag over haar geloof maar dan wel alleen met vrienden. Ze wil ook wel met verpleegkundigen praten over geloof maar denkt niet dat de verpleegkundigen daar tijd voor hebben. Haar geloof is haar tot steun geweest.

Patiënt 4: De kracht van geloven

Is via een depressie als gevolg van het overlijden van haar man in een psychose terecht gekomen. Daarbij is ze ook gaan drinken. Totdat ze in gesprek raakte met de dominee. Nu geeft ze aan dat ze van de alcohol af is omdat ze kracht vond in haar geloof. Ze is nooit boos geweest op God als eventueel gevolg van het verlies van haar man. Zonder haar geloof en zonder mensen die daar met haar over praten zou ze weer aan de drank gaan zegt ze. Haar voornaamste hulp hierbij is de dominee die als geestelijke verzorger verbonden is aan de instelling.

Patiënt 5: Depressief gelovige denker

Loopt heel erg vast in zijn geloof. Hij is herhaaldelijk psychotisch maar dat is te verklaren vanuit zijn drugsgebruik. Het drugsgebruik leidt bij hem tot sterke schuldgevoelens waardoor hij bang is verloren te zijn in de ogen van God. Als dit besef sterk is bij hem, wordt hij heel erg onverschillig en blijft hij verslaafd aan de drugs. Het enige dat hem dan helpt is dat hij totaal aan de grond zit en met spoed opgenomen wordt. Hij is door dit alles erg depressief en moedeloos en bezoekt veel verschillende kerken, evangelische gemeentes, baptistengemeentes, “de Deur” en de gereformeerde kerk. Hij weet niet wat zijn probleem is: hij denkt aan “borderline” te lijden omdat hij dat gelezen heeft in een boek. Hij blijft toch ook geloven in genezing door God maar aan de andere kant is hij vaak bang dat God de hoop in hem verloren heeft.

Patiënt 6: Tussen waan en geestelijke werkelijkheid

De stemmen die zij hoort vertellen haar over God. De opdracht die zij heeft is dat ze haar leven moet geven (zelfmoord) zodat haar moeder (die ook aan schizofrenie leidt) genezen zal worden “net zoals Jezus zijn leven voor ons heeft gegeven”. Zij heeft hierin een confronterende opstelling naar verpleegkundigen en die ontwijken het gesprek over geloof. Zo lijkt ze in haar eigen geloofswereld te leven. Eén dag na ons gesprek over haar geloofsovertuiging doet ze een poging tot zelfmoord.

Patiënt 7: Rechtvaardiging van het geloof

M. is een heel erg serieus gelovige. Zijn probleem is dat hij verslaafd is geweest. Dat is een probleem omdat dit hem nog steeds “trekt” terwijl hij weet dat God dit veroordeelt. Hij voelt zich daardoor ongelukkig en is geen vrij mens. Hij leest veel in de Bijbel en zo legt hij aan mij uit dat hij ontdekt heeft dat er een mogelijkheid is dat God drugsgebruik niet afkeurt als hij maar blijft geloven dat dit geen zonde is. Zodra hij gelooft dat dit een zonde is, dan is het ook zonde. Hij besluit een week na ons gesprek drugs te gebruiken “in geloof” en belandt direct daarna in een psychose waar hij wekenlang in blijft zitten.

 

 

 

Patiënt 8: De veroordeelde gelovige

Hij heeft besloten om geloof en religie niet meer ter sprake te brengen in relatie tot een verpleegkundige. “Het wordt toch allemaal uitgelegd als een psychotisch verschijnsel”. Hij zegt dat hij dan liever met andere patiënten hierover praat

Deze gesprekken tonen mogelijkheden en moeilijkheden betreffende het thema “Geestelijke nood”. Er lijkt weinig aandacht gegeven te worden aan deze mogelijkheden of moeilijkheden door verpleegkundigen. Het betreft hier geen “steekproef”. Ik heb hier alleen gesprekken weergegeven van patiënten die zelf het thema “Geestelijke nood” of thema’s die daarmee verband houden, ter sprake brachten. Geen van hen wist of weet van mijn onderzoek. Mijn persoonlijke conclusie is dat over het algemeen meer dan de helft van schizofrene zorgvragers serieus behoefte hebben aan gesprek met een verpleegkundige over zaken betreffende “Geestelijke nood”. Dit vanwege deze acht patiënten die samen meer dan de helft van de schizofrene patiënten zijn die ik in mijn leven ooit gesproken heb.

De gesprekken tonen ook aan dat er veel situaties denkbaar zijn waarin het heel erg verstandig zou zijn als de verpleegkundige kennis zou hebben van de geloofsachtergrond van de patiënt en van diens vragen. Inhoudelijk gesprek met bijvoorbeeld kennis van de Bijbel had in geval van patiënt 6 en 7 mogelijk het ergste kunnen voorkomen. In andere situaties zou inhoudelijke kennis, en begrip en gesprek ervoor gezorgd kunnen hebben dat de patiënt zich serieuzer als mens behandeld had geweten. In geen enkele van de gevallen was er sprake van een ontwijkende patiënt. De wens tot gesprek en aandacht leek bij alle acht aanwezig.


[1] Ypsilon, Gerris L., Bron: Ypsilon Nieuws, februari 2003, Rubriek: Uitgelezen, 15 Februari 2003

http://www.schizofrenieplein.nl/hulp/nieuws/yn.j9.1/uitgelezen.losgekoppeld.htm